Kutkoter

Gisteren liep ik mijn dagelijkse rondje door de Jumbo. Daar gaat redelijk wat aan vooraf: Ruby vragen haar schoenen aan te trekken, kinderwagen tevoorschijn halen, Nona in haar jasje wurmen en daarna in de kinderwagen, Ruby helpen haar schoenen te zoeken, zelf schoenen aantrekken, Ruby’s schoenen uittrekken omdat ze aan de verkeerde voet zitten, Nona uit de kinderwagen halen omdat ze heeft gepoept… Je snapt denk ik een beetje hoe lang dit nog gaat duren.

Maar na enige tijd loop ik dus door de Jumbo. Nona in de kinderwagen en Ruby met haar eigen karretje. Ruby vindt het geweldig en ze is om op te vreten zo zoet. Anyway, waar ik naar toe wil is het moment dat ik uien aan het uitkiezen ben en Ruby zich met haar karretje omdraait om alvast naar de toetjes te lopen. Tijdens dat omdraaien botst ze zachtjes (duidelijk per ongeluk) tegen een mevrouw aan. Een wijf, eigenlijk. Een wijf met kort, auberginekleurig haar, stevige wandelschoenen, een kleurige tuniek en dikke, blauwe oogpotloodstrepen ónder haar oog. En dat wijf roept dus, nog voordat ik iets kan zeggen, ‘KUTKOTER’ tegen mijn dochtertje. Aan het feit dat ik dit opschrijf en aan hoe ik hierover schrijf merk je waarschijnlijk al dat ik een tikkeltje geagiteerd ben.

‘Wát zegt ú nou?’ zeg ik streng.

‘Ja, nou!’ Roept zij.

Ik voel mijn bloed koken en begin een relaas over hoe onnodig het is om te gaan schelden, dat je al zeker geen kind van drie gaat uitschelden en dat het een heel slecht voorbeeld is voor MIJN KIND. Als mijn beschermende moedergen wordt aangesproken heb ik het wel vaker luidkeels over MIJN KIND, alsof het een bezit is. Niet chique maar wel lekker oer. Verder blijf ik heel rustig en beleefd, dat doe ik altijd als ik boos ben, dan verander ik in een welgemanierd ijskonijn.

En zij zegt weer: ‘Ja, nou!’

En daarmee is de kous af. ’s Avonds in bed bedenk ik me wat ik allemaal nog meer, of béter had kunnen zeggen. Kom op zeg, ik laat mijn kind niet uitschelden door een robuuste veertiger.

Toch kan ik het niet helpen mezelf af te vragen of ik nu zo’n moeder ben waar de cynische blogger over schrijft. Zo één met een ‘onopgevoed en onaangepast ADHD-kind’ dat in supermarkten ‘express’ tegen mensen hun zere been stoot. Zo’n moeder die, wanneer er een botsing heeft plaatsgevonden, niet met een gepaste (lijf)straf komt maar zegt: ‘het is niet erg, schatje’. Zo’n softe tut die haar kind niet de baas is. Zo’n moeder die vervolgens tegen jou tekeer gaat omdat jij het kind wèl wat manieren probeerde bij te brengen. Ben ik zo’n moeder? Of is mevrouw Aubergine gewoon zèlf een kutwijf? Ik vind natuurlijk het laatste.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *